Wat is de wat.spot

van boek naar theater

Hoe maak je een theatervoorstelling van een boek van 600 pagina’s ?

Wat wil je vertellen? En welke informatie is daarvoor essentieel?
Wat is minder belangrijk?
Wat vertelt de tekst, het beeld, de muziek en de acteur zijn spel?

Vragen en keuzes waar theatermaker Simon De Vos en zijn ploeg zich wekenlang over hebben gebogen. Er werd gelezen, geschrapt, gewikt en gewogen, geplakt en herschreven.
Dan werd er een acteur, een scenograaf, een filmmaker, een muzikant en een costumière bijgehaald.

(Her)schrijf

Hieronder vind je twee tekstfragmenten, één uit het boek en één uit de voorstelling.Vergelijk ze.
Wat is geschrapt? Wat werd behouden? Zie je welke keuzes de regisseur heeft gemaakt?
Als jij een regisseur zou zijn, hoe zou jij het aanpakken?
Schrijf je eigen theaterversie van de scène.

 

Fragment uit het boek
Ik bleef een poosje naast hem zitten. Zijn hand werd weer warm in mijn hand en ik keek naar zijn gezicht. Ik hield de vliegen op een afstand en weigerde omhoog te kijken; ik wist dat de gieren boven ons rondcirkelden en dat ik niet kon voorkomen dat ze op William K afkwamen. Maar ik besloot hem te begraven, zelfs als dat betekende dat ik mijn plaats in de groep zou kwijtraken. Na het zien van de doden en stervenden van de gedoemde Vuist had ik geen vertrouwen meer in onze tocht of onze leiders. Het leek me niet meer dan logisch dat het vanaf nu zo zou doorgaan: dat we allemaal zouden blijven lopen en sterven tot er niemand meer over was.
Ik groef zo hard als ik kon, maar moest regelmatig uitrusten; ik werd licht in mijn hoofd en kortademig van de inspanning. Ik kon niet huilen; ik had het vocht in mijn lichaam te hard nodig.
– Achak, kom!
Dat was Kur. Ik zag hem in de verte naar me zwaaien. De groep had zich verzameld en stond op het punt om weer op weg te gaan. Ik besloot niet tegen Kur of de anderen te zeggen dat William K dood was. Hij was van mij en ik wilde niet dat zij hem aanraakten. Dat zij me vertelden hoe ik hem moest begraven of bedekken, of dat ik hem moest laten liggen waar hij lag. Ik had Deng niet begraven, maar met William K zou ik dat wel doen. Ik zwaaide terug naar Kur, riep dat ik er aan kwam en ging verder met graven.
-Nu Achak!
Het gat was te klein en ik wist dat William K er niet goed in paste. Maar het zou de gieren een tijdje op een afstand houden, lang genoeg om me hun aanblik te besparen. Ik legde bladeren op de bodem van het gat, zodat zijn hoofd zacht zou rusten en er geen zand meer zichtbaar was. Ik sleepte William K in het gat en legde bladeren over zijn gezicht en zijn handen.Ik boog zijn knieën en vouwde zijn voeten achter zijn knieën om ruimte te besparen. Daarna moest ik weer rusten en ik ging zitten, een beetje voldaan omdat hij uiteindelijk toch in het gat paste dat ik gegraven had.
-Tot ziens Achak! Ik zag dat de jongens al op weg waren gegaan.
Ik wilde niet bij William K weg. Ik wilde samen met hem sterven. Ik was op dat moment zo moe, zo tot in mijn botten vermoeid, dat ik voelde dat ik kon gaan slapen, net als hij- slapen tot mijn lijf koud werd. Maar toen dacht ik aan mijn ouders en mijn broers en mijn zusjes en merkte dat ik William K’s mythische visioenen van Ethiopië voor me zag. De wereld was verschrikkelijk, maar misschien zou ik hen weerzien. Dat was voldoende om me overeind te dwingen.Ik stond op en besloot verder te lopen, te lopen tot ik niet meer kon. Ik zou William K helemaal netjes begraven en dan achter de andere jongens aan lopen. Ik kon niet aanzien hoe het eerste zand op William K’s gezicht viel, en daarom trapte ik de eerste laag met mijn hak over hem heen. Toen zijn hoofd bedekt was, gooide ik er nog meer zand en stenen overheen, totdat het geheel enige gelijkenis met een echt graf vertoonde. Toen ik klaar was zei ik tegen William K dat het me speet. Het speet me dat ik niet gezien had hoe ziek hij was. Dat ik geen manier had gevonden om hem in leven te houden. Dat ik de laatste was die hij gezien had. Dat hij geen afscheid kon nemen van zijn ouders, dat ik de enige was die wist waar zijn lichaam begraven lag. Het was een kapotte wereld, bedacht ik, waarin een jongen als ik een jongen als William K moest begraven.
Fragment uit de voorstelling
Zijn hand is al koud? Stomme vliegen! Niet naar boven kijken.
Ik hoor de gieren, maar ik wil niet naar boven kijken. Ik moet hem begraven. Snel. Blijven graven. Even uitrusten.
Nee, doordoen, blijven graven. Mijn hoofd.
“Achak, Achak!” De groep vertrekt.
“Kom”.
“Ik kom, ik kom.”
“Nu Achak!”.
De kuil moet dieper… dieper… blijven graven.
Niet huilen. Ik heb mijn tranen nodig. Graven. Hij past er niet in.
“Nu achak!”
Nog even, nog heel even.
“Dag Achak!”
Het gast is te klein. Zijn knieën vouwen. Zijn voeten achter zijn knieën. Hij past er in.
Ik blijf hier William K. Ik blijf hier. Ik wil niet bij William K weg.
Het spijt me, William K.
Het spijt me dat ik niet zag hoe ziek je was, dat ik je niet in leven kon houden, dat ik de laatste ben die je zag, dat je geen afscheid hebt kunnen nemen van je ouders en dat ik de enige ben die weet waar je ligt.
Sorry.

 

 

Theatraliseer

Tijdens de schoolworkshop Wat is de Wat maakten verschillende klassen theatrale scènes gebaseerd op fragmenten uit het boek.

Hoe kan je je tekst naar theater omzetten?
Gebruik het fragment dat je zonet herwerkt hebt.

Woord

  • Kies een woord uit het fragment en schrijf het op.
    Zoek naar manieren om het woord uit te spreken.
    (heel luid, fluisterend, dwingend, lief, vermoeid, twijfelend, ziek, letter per letter, stotterend…)
    Gebruik je lichaam om je woord te ondersteunen.

  • Doe dit nu met een zin.

  • Verspreid de woorden en zinnen in de ruimte. Wandel rond. Wanneer je een papiertje tegenkomt spreek je uit wat erop staat op een andere manier.

  • Zeg ze nu ook tegen elkaar en kijk wat er gebeurt.

Beweging

  • Kies een werkwoord uit het fragment en zet het om in beweging.
    (omhoog kijken, begraven, besluiten, …)
    Zorg ervoor dat je de beweging kan herhalen.

  • Leer elkaars bewegingen. Doe dit zo precies mogelijk.

  • Kies een volgorde en plak de bewegingen aan elkaar.
    Je hebt nu een bewegingszin.
    Herhaal de bewegingszin en experimenteer met herhaling, tempo, ritme en plaatsing in de ruimte. Doe je het snel of traag? Beweeg je samen of om de beurt? Sta je op een rij of verspreid door de ruimte?

  • Toon het aan elkaar en vertel wat je hebt gezien.
    Welke bewegingen herken je?
    Wanneer is een beweging spannend, krachtig of flauw?

Geluid

  • Zet de tekst om in geluid.
    Gebruik de plek waar je bent, de voorwerpen die je vindt of je eigen lichaam om klanken te creëren.
    Je mag geen woorden of gebaren gebruiken.
    Sluit je ogen en hou een soundscape-jam met de geluiden die je hebt verzameld.
    Spreek niets op voorhand af, maar luister en speel in op elkaar.

Perspectief

  • Improviseer een korte scène vanuit het standpunt van:
    de vliegen
    de groep
    een traan
    het zand

Maak

  • Maak nu, met alle elementen die je hebt verzameld, een scène van 1 minuut.